Van teflon-Mark naar staatsman Mark

Bij inspirerend leiderschap denk je niet meteen aan Mark Rutte. Hij is gewiekst, handig, glad, geitenpaadjes, sluipwegen etc. Zijn relatie met de waarheid was niet altijd zoals die moet zijn. Van het gezever over ‘dat ontzettend gave, fantastische dan wel prachtland’ krijg je soms uitslag. En dan laten we dat idiote nummer over de afschaffing van de vennootschapsbelasting nog zitten.

En dan blijkt er ook een andere Mark Rutte te zijn, met onverwacht groeipotentieel. Dat hij een goed teamleider was, wisten we al. De minister-president kan als geen ander een kabinet bij elkaar houden. Regeren met de ideologische tegenvoeter in Rutte-II was al een sterk staaltje. De grootste economische crisis sinds 80 jaar overwinnen was dankzij de voortreffelijke samenwerking met de PvdA-top een bewonderenswaardige prestatie. Dat dit kabinet de volle rit uitzat, een uitzondering, gaf die prestatie extra cachet.

Ook in die andere grote crisis, het neerschieten van de MH-17, liet hij zien wat hij in zijn mars had. Rustig, bekwaam leiding geven, empathie uitstralen, ‘verbinden’. Dat zat dus ook in zijn repertoire.

Kortom, hij had zich tijdens Rutte-II ontwikkeld tot een goede crisismanager. Die zijn dun gezaaid in de politiek. Daarmee bouwde hij bij de kiezer voldoende krediet op om met Rutte-III te mogen beginnen.

De problemen die hij met dit kabinet te lijf ging waren ook niet niks. Pensioenen, klimaat, stikstof, pfas, issues met genoeg springstof om een kabinet op te blazen. Dat gebeurde niet en is ook en vooral aan zijn leiding te danken.

Dat kun je nog beschouwen als politiek van alle dag. Moeilijk maar niet onoplosbaar. Het zijn problemen waar je samen met de polder nog wel uitkomt. Een staatsman hoef je er niet per se voor te zijn.

De coronacrisis is van een heel ander kaliber. Het is een van de beruchte unknown unknowns, de donderslagen bij heldere hemel die alles op losse schroeven stellen. Gevreesd door elke politicus. Hij weet: aan het optreden in zo’n crisis zal hij gemeten worden. Zijn reputatie hangt er vanaf. Staatsman of blunderborst, hoe ga je de geschiedenis in. Houd dan maar het hoofd koel.

Aan deze ultieme test moet Rutte zich nu onderwerpen. Hij moet leiding geven in een crisis waarvan niemand de omvang zelfs maar kan bevroeden. Het is woekeren met schaarse informatie, soms strijdige adviezen (totale lockdown of niet) tegen elkaar afwegen, op het kompas varen van deskundigen die in ook voor hen onbekende wateren verzeild zijn geraakt. Intussen ook het publiek op de hoogte houden zonder paniek te veroorzaken en de economische schade zien te beperken. Allemaal onder zijn eindverantwoordelijkheid.

Slaagt Rutte daar in? Vooralsnog wel. Aanvankelijk had hij de crisis onderschat, zoals bijna elke regeringsleider. Maar daarna ging de omschakeling naar crisismodus redelijk gesmeerd. Er zijn fouten gemaakt, dat kan niet anders. De verwarring over de groepsimmuniteit was een smetje op de terecht geprezen tv-toespraak. Maar het belangrijkste in die toespraak was niet zozeer de inhoud. Het ging om de toon, de presentatie. De inzet was het vertrouwen, van de hele samenleving. Als hij dat op dit moment van de waarheid, – soms ontkom je niet aan zo’n cliché -, had verspeeld, had Joost mogen vertellen hoe het verder moet.

Het is misschien wel zinnig om je af te vragen wie het beter had gekund. Met zekerheid valt zoiets nooit te zeggen. Je weet bijvoorbeeld nooit wat voor onvermoede kwaliteiten in Lodewijk Asscher schuilen. Maar de anderen uit het nationale aanbod? Je moet er niet aan denken dat we nu opgescheept zouden zitten met een Wilders als premier, laat staan de borealist. De populistische feestnummers lieten woensdag in het debat zien waar het hen om ging, puntjes scoren. Dat mag, natuurlijk, maar het bewijst voor de zoveelste keer hun volstrekte ongeschiktheid.

Als we het buitenland langs lopen, – we beperken ons tot de regeringsleiders van Duitsland, Frankrijk en de VS -, dan slaat Rutte zeker geen slecht figuur. Bondskanselier Angela Merkel sprak woensdag het volk toe. Haar speech had qua toonzetting een kopie van die van Rutte kunnen zijn. Rustig, redelijk en duidelijk maken dat de crisis iedereen aangaat en niet zomaar voorbij zal zijn. Mutti deed wat van haar werd verwacht.

De Franse president Emmanuel Macron deed het op zijn Frans, de grote woorden waren weer niet van de lucht. Als je geen Fransman bent, gaan al gauw de tenen krommen. Hier zou het niet werken, en zelfs in Frankrijk is het nog afwachten. Macron had al veel van zijn vertrouwen verspeeld en of hij het met dit optreden terug won, zal moeten blijken. Op grote woorden zullen toch een keer grote daden moeten volgen.

Over de man in het Witte Huis kunnen we kort zijn. Wie nog twijfelde aan zijn incompetentie, kan er nu niet langer om heen. Niet dat hij het zelf zo ziet, natuurlijk. Hij gaf zich ’10 uit 10′ voor zijn aanpak van de pandemie. De vraag is of de kiezers dat bij de presidentsverkiezingen in november ook vinden.

Hoe de crisis verder ook uitpakt, positief of negatief, kan nooit alleen afhangen van één man. De politiek, iedereen in de zorg, supermarkten, ambtenarij en de bevolking, kortom de hele polder, moet doordrongen zijn van de ernst en daarnaar handelen. Dan slaan we ons er wel door. Toegegeven, het glas is hier meer dan halfvol. We staan waarschijnlijk nog maar aan het begin. Corona is nog maar net ons leven binnen gedrongen. Hoe lang de nationale eendracht stand houdt, weet niemand. Maar toch, de kansen staan niet slecht. Dat is mede de verdienste van Mark Rutte.