Is er nog een toekomst voor DENK?

DENK-leider Tunahan Kuzu houdt ermee op. Hij is volgend jaar niet beschikbaar als lijsttrekker van zijn partij en draagt het fractievoorzitterschap met onmiddellijke ingang over aan zijn collega Farid Azarkan. Na de verkiezingen van 17 maart 2021 stapt hij uit de politiek.

Dat laat Kuzu allemaal op Facebook weten. Naar zijn zeggen is het besluit om ermee te stoppen ingegeven door privéoverwegingen. De ‘impact’ van het politieke bestaan op zijn persoonlijke leven werd te groot.

Dat argument is vaker gebruikt door politici die een einde wilden maken aan hun Binnenhofbestaan, ook als er in werkelijkheid heel andere motieven meespeelden. Daarmee wil ik niet beweren dat Kuzu het de afgelopen jaren niet ontzettend druk heeft gehad. Een volksvertegenwoordiger, en zeker een fractievoorzitter, die zijn taken serieus neemt maakt werkweken van minimaal zestig, zeventig uur. Dat zal ook voor hem hebben gegolden.

Toch sluit ik niet uit dat Kuzu de toekomst van DENK niet meer zo zag zitten, en dat hij er daarom nu tussenuit wil knijpen. Want een doorslaand succes is de partij niet.

Bij de Kamerverkiezingen van 2017 maakte ze een mooie entree door meteen 3 zetels te scoren. In de peilingen liep dat aantal aanvankelijk nog flink op. DENK leek goed voor 6 of 7 zetels.

Maar inmiddels lijken de kansen gekeerd. De virtuele rek is er helemaal uit. Volgens de polls mag DENK al heel blij zijn als het zijn huidige aantal zetels weet vast te houden. Het risico dat het er straks maar 2 of 1 worden is levensgroot aanwezig.

DENK ontstond doordat Kuzu en zijn kompaan Selçuk Öztürk in 2014 de PvdA-fractie verlieten na een conflict over het migratiebeleid. Het tweetal meende een gat in de politieke markt te hebben aangeboord door zich te richten op de allochtone kiezer. Die was immers – anders dan de orthodoxe christen, de 50-plusser en de dierenfanaat – niet apart in de Tweede Kamer vertegenwoordigd. Zelf zijn Kuzu en Öztürk allebei geboren in Turkije, dus als identificatiemodel voldeden ze perfect. Zeker als het ging om kiezers met een moslimachtergrond, de belangrijkste doelgroep van de partij.

Maar wat wil de allochtone kiezer horen? Blijkbaar niet het agressieve geschreeuw waarin Kuzu en Öztürk uitblonken. Allochtone kiezers verschillen, vermoed ik, niet heel veel van andere kiezers. Ze willen dat Kamerleden hun belangen goed behartigen en zorgen dat de maatschappelijke problemen zoveel mogelijk opgelost raken. Hoogstwaarschijnlijk zitten ze niet te wachten op parlementariërs die hun politieke tegenstanders op sociale media via ‘trollen’ en nepfilmpjes verdacht proberen te maken. Ook hebben ze weinig belangstelling voor ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van concurrenten of ruzies met de Kamervoorzitter, nota bene zelf afkomstig uit een moslimland.

DENK gaat het nu verder proberen met Azarkan als boegbeeld. Als het partijbestuur verstandig is zal het die ook als lijsttrekker voorgedragen. Want Azakran vormt inhoudelijk geen slechte keuze. Hij kent doorgaans zijn zaakjes en is scherp in de debatten, zonder te vervallen in het opgewonden toontje van zijn twee fractiegenoten.

Mogelijk dat DENK onder zijn leiding een wederopstanding doormaakt. En anders zou het wellicht een goed idee zijn om de partij maar op te heffen. Politieke versplintering is er tenslotte al genoeg.