Gaat corona Trump redden

De coronacrisis zou de gelegenheid zijn om Donald  Trump uit het Witte Huis te jagen. Zijn optreden was zo beneden alle peil dat er maar één conclusie mogelijk was. Totaal incompetent. Wegwezen.

Dat oordeel staat nog steeds. Wat Trump riep en rondtwitterde was een permanente demonstratie van zijn ongeschiktheid. ‘De crisis ging zo weer over’. ‘Het was opgeblazen door de Democraten om hem een loer te draaien’. ‘Hij had eerder begrepen dan iedereen dat het een pandemie was’. En dit is nog maar een kleine bloemlezing van zijn gevleugelde woorden sinds het begin van de crisis.

Zijn herverkiezing in november zou in gevaar zijn. Zijn belangrijkste troef, de bloeiende economie en de records op Wall Street, had het virus hem uit handen geslagen. Verder falen in de crisis zou zelfs veel Trump-kiezers er uiteindelijk van overtuigen dat ze vier jaar geleden de verkeerde persoon de sleutels voor Pennsylvania-avenue 1600 hadden overhandigd.

Dat was en is misschien nog steeds de consensus in verlichte kringen. Niettemin, hoe moeilijk voorstelbaar het op dit moment ook is, het zou toch anders kunnen lopen.

De president beschikt over een machtig wapen. Hij zit nu eenmaal in het Witte Huis. Hij kan verordonneren, gigantische noodpaketten voorstellen, desnoods het leger inzetten. Als hij psychologisch in staat zou zijn over zijn schaduw te springen zou hij, nog moeilijker voor te stellen, de natie achter zich kunnen verenigen. Even de staatsman zijn, vaderfiguur boven de partijen, zou zijn breekbare naar erkenning hunkerende ego strelen. Maar het is misschien niet eens nodig.

Een paar andere factoren zou ondanks alles positief voor Trump kunnen uitpakken. Het belangrijkste daarvan is de polarisatie. Als de kloof tussen de pro- en anti-Trumpers zo onoverbrugbaar blijft, spelen redelijkheid, verstandig beleid, incompetentie en de andere punten waarop we onder normale omstandigheden politici afrekenen, een ondergeschikte rol. Tribale sentimenten hebben de overhand en zijn nauwelijks vatbaar voor het rationele argument. Trump door dik en dun is voor zijn aanhang meer dan een slogan. Het is een geloofsartikel.

De president verklaarde een paar jaar geleden dat hij iemand op Fifth Avenue (de Kalverstraat van New York) kon doodschieten en daarmee wegkomen. Grootspraak, natuurlijk. Maar wel met een kern van waarheid. Zijn trouwe achterban zou het hem naar alle waarschijnlijkheid vergeven (en als het slachtoffer een Democraat was, toejuichen). Corona zou wel eens de 1000 maal uitvergrote versie kunnen zijn van die High Noon op Fifth Avenue.

En dan is er nog iets dat is zijn voordeel kan werken. De Democratische presidentscampagne ligt stil. Joe Biden, Trumps waarschijnlijke tegenstander in november, laat zich vanwege de pandemie niet zien of horen. Politiek is nu voor de meeste mensen hun minste zorg. Op zijn best is het oninteressant gekrakeel en op zijn slechts partijpolitieke kleingrutterij.

Dat is als je tijdens een crisis oppositie moet voeren tegen een regeringsleider, hoe zwak ook, een forse handicap. Je boodschap is stukken minder relevant. Je doet niet echt mee. Het blijft bij warmlopen langs de zijlijn. Aan de bal kom je niet. En het publiek heeft geen oog voor je.

Hoe realistisch is boven geschetst scenario? Wordt het ooit meer dan vrijblijvend gespeculeer, een aardige maar futiele vingeroefening? Dat hangt natuurlijk af van het verloop van de crisis. Als de pandemie blijkt mee te vallen, de besmetting onder controle komt, het dodental beperkt blijft, het leven zijn dagelijkse gang hervat en de economie weer opleeft, staan Trumps kansen niet slecht. Reken maar dat hij meteen en met veel twitterbombarie de eer opeist.

Dat is inderdaad veel ‘als’ en mogelijk te veel. Maar uit te sluiten valt het niet. Het is veelzeggend dat veel progressieve Amerikanen dit als hun ergste nachtmerrie noemen. Dat Trump ondanks zijn flagrante miskleunen in de potentieel ernstigste crisis sinds de Vietnamoorlog, toch de verkiezingen wint. Nog vier jaar Trump. Het is nog vroeg, maar houd er toch maar rekening mee.