De Drees van onze tijd?

Nu de coronapandemie woedt is het vertrouwen in premier Mark Rutte aanzienlijk gegroeid. Bijna driekwart van de kiezers steunt zijn beleid bij de bestrijding van het virus, bleek onlangs uit een peiling van het tv-programma EenVandaag. En volgens I&O Research beschouwt ruim een kwart van hen de VVD’er inmiddels als de beste premier van na de oorlog. Met 27 procent van de stemmen eindigde Rutte bij dit peilingenbureau op de eerste plaats. Vóór Wim Kok (21 procent), Ruud Lubbers (17 procent) en Joop den Uyl (13 procent).

Bij de jaren zeventig, toen Den Uyl aan het bewind was, stopte blijkbaar het geheugen van de ondervraagden. Want anders is het niet goed voorstelbaar dat Willem Drees, die Nederland tijdens de wederopbouw regeerde, niet tot de top van het lijstje is doorgedrongen. Bij een enquête onder historici, politicologen en andere deskundigen zou Drees zeker bij de eerste drie zijn geëindigd. Niet onwaarschijnlijk zelfs als eerste.

Drees was premier van 1948 tot 1958. De PvdA’er leidde vier rooms-rode kabinetten, hoewel zijn partij niet altijd de grootste was in de regeringscoalitie. Hij stond bekend als zeer zuinig. Elke overheidscent draaide hij tien maal om voor hij hem – met tegenzin – uitgaf. Bekend is het verhaal over Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers die vlak na de oorlog kwamen onderhandelen over miljardensteun aan Nederland. Volgens de – wellicht apocriefe – anekdote zou Drees hen thuis hebben ontvangen met een kopje thee en een mariakaakje.

Onder Drees kwam het zwaar beschadigde naoorlogse Nederland er weer helemaal bovenop en werd het fundament voor de huidige verzorgingsstaat gelegd. Zijn grootste bekendheid dankte de premier aan de AOW, al werd die formeel ingevoerd door zijn partijgenoot minister Suurhoff. Vóór Drees aantrad bestond er helemaal geen overheidsvoorziening voor ouderen. Als ze niet hadden gespaard voor hun oude dag moesten ze blijven werken tot ze overleden.

Maar Drees is, zoals gezegd, van lang geleden en tegenwoordig kennelijk vrijwel vergeten. En ook los daarvan is het goed mogelijk dat Rutte straks de geschiedenisboekjes ingaat als de beste premier van na de oorlog, ook bij de echte deskundigen.

Niet dat alles wat hij heeft gedaan de kwalificatie ‘historisch’ verdient. Zijn eerste kabinet (met gedoogsteun van de PVV) was een mislukking en ook daarna hield hij veel kritiek. Maar Rutte II (met de PvdA) maakte wel zijn termijn af en wist een financiële crisis te bedwingen. Het ziet er steeds meer naar uit dat ook het huidige vierpartijenkabinet het reglementaire einde gaat halen. En dat de VVD bij de Kamerverkiezingen van 17 maart 2021 opnieuw de grootste wordt.

Mochten de prognoses van het Centraal Planbureau, ABN Amro en anderen zelfs maar een klein beetje uitkomen dan verkeert Nederland tegen die tijd in een zware economische recessie. Zou Rutte als leider van zijn vierde kabinet erin slagen die het hoofd te bieden, dan heeft hij een even grote prestatie neergezet als Drees. Of toch op zijn minst een bijna even grote. Waarbij nog valt aan te tekenen dat historische vergelijkingen altijd mank gaan.