Gooi Orban eruit!

Toegegeven, het in momenteel letterlijk een ver-van-het-bed-show. De Europese  regeringsleiders hebben wel iets anders aan hun hoofd: hoe komen we zo goed mogelijk de coronacrisis door. Maar toch, wat er de afgelopen weken in Hongarije is gebeurd, is geen kleinigheid.

Viktor Orban, uitvinder van de ‘illiberale democratie’, heeft de parlementaire democratie buitenspel gezet. De premier regeert nu per decreet. Voor onbepaalde tijd. Dankzij de jaknikkers en slappe knieënbrigade van zijn eigen partij, Fidesz, kan hij nu doen en laten wat hij wil. Als het nog geen dictatuur is, begint het er toch behoorlijk naar te stinken.

Voor een derdewereldland zou zoiets geen ongebruikelijke gang van zaken zijn. Er breekt een crisis uit, maakt niet uit wat, epidemie, instortende economie of natuurramp, en de plaatselijke potentaat grijpt of versterkt zijn macht. Dat is een vaak vertoonde film.

Bij zo’n derde wereldland of bananenrepubliek ben je dan geneigd te denken, ze doen maar. Zeker als het strategisch niet belangrijk is en geen vitale grondstoffen heeft.

Als je Viktor Orban volgens dit derde wereld-criterium beoordeelt, valt hij inderdaad in de categorie laat maar zitten.

Alleen, Hongarije is lid van de EU. En de EU is niet alleen een economische unie, ze is ook een ‘waardengemeenschap’. De lidstaten worden geacht op zijn minst een minimum aan democratisch fatsoen te handhaven. Vrije verkiezingen te houden, de rechtsstaat te respecteren en de pers niet te muilkorven. Als je daaraan niet voldoet, plaats je je buiten die waardengemeenschap.

Dat Orban daar lak aan heeft zal niemand kunnen verbazen. En de machtsgreep van de vorige week had je kunnen zien aankomen. De voortekenen waren de afgelopen jaren voor iedereen die niet ziende blind wilde zijn duidelijk. Orban heeft bovendien van zijn ambities nooit een geheim gemaakt.

En toch hoor je in Brussel niet meer dan wat machteloos gesputter. De Europese Commissie gaat een onderzoek instellen. Daar ligt een sterke man echt niet van wakker. Orban weet dat de Commissie geen machtsmiddelen heeft om tegen hem op te treden.

Als een lidstaat het te bont maakt, kan hij in beginsel (volgens artikel 7 van het Verdrag van Lissabon) geschorst worden en zijn stemrecht verliezen in de Europese Raad. In de Raad zitten de regeringsleiders en is het machtigste orgaan van de EU. Machtiger dan de Commissie en het Europese Parlement bij elkaar. Als de collega’s je schorsen, zijn de consequenties enorm. Je bent een uitgestotene, een paria. Je staat in de hele beschaafde wereld voor schut. Daarom heet inzetten van artikel 7 in de wandeling ‘de nucleaire optie’.

Een onderzoekscommissie van het Europese Parlement adviseerde twee jaar geleden een artikel 7-procedure tegen Hongarije te beginnen. Bij dat advies bleef het. De Europese Raad moet unaniem instemmen met het beginnen van deze procedure. En Orban heeft geluk. Hij kan rekenen op rugdekking van zijn kompanen in Polen. De PiS-partij daar neemt het net als Fidesz evenmin nauw met de Brusselse normen en waarden. De Poolse hand wast de Hongaarse hand en, uiteraard, vice versa.

De Brusselse handen zijn daarmee gebonden. Niettemin, helemaal tandeloos is Europa niet. Er is ook nog een morele optie, minder krachtig en effectief, maar toch. Fidesz maakt in het Europese Parlement deel uit van de Europese Volkspartij (EVP). De EVP is een club van christendemocraten, waaronder het CDA, en een assortiment kleinere, conservatieve partijen. Normen en waarden staan hoog op het christendemocratische , conservatieve repertoire. Iemand die voortdurend opzettelijk vals zingt, wil je niet in je koor hebben. Toch? En toch hebben ze Fidesz er nog steeds niet uitgezet. Ze hebben het bij een schorsing gelaten. Waarom?

Politiek is soms, niet altijd, een redelijk cynisch bedrijf. Beginselen, normen en waarden, zijn belangrijk, zeker. Ze bepalen per slot van rekening mede de identiteit van je partij. Maar ze moeten de macht niet in de weg zitten. Dat is ook een, zij het minder verheven, beginsel van de politiek in de praktijk. Na de Europese Verkiezingen van vorig was de EVP nipt de grootste fractie, net iets groter dan de sociaaldemocraten.

Dat gaf de doorslag bij het verdelen van de topbanen. Niet de sociaaldemocraat Frans Timmermans maar de Duitse christendemocraat Ursula von der Leyen werd de voorzitter van de Europese Commissie. Dan ben je bereid enig gemarchandeer met beginselen en normen en waarden door de vingers te zien.

Voor EVP-leider Donald Tusk, tot eind vorig jaar president van de Europese Raad, lijkt Orban nu kennelijk toch te ver zijn gegaan. Hij noemde de Hongaarse leider niet bij naam maar als je geen ‘populisten, manipulators en autocraten’ in de club wil hebben, ra,ra wie bedoel je dan.

Tusk schrijft in een woensdag gepubliceerde en mede door het CDA ondertekende brief dat de EVP na de coronavirus een besluit over de positie van Fidesz moet nemen. Dat moet dan volgend jaar op een congres zijn beslag krijgen.

Orban reageerde intussen geheel in stijl op Tusks brief. Hij vindt het ‘onverantwoord’ om nu in tijden van crisis ‘politieke spelletjes’ te spelen.