De coronacommunicatie van Rutte III

De maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd om het coronavirus te stoppen krijgen brede instemming. Maar de manier waarop daarover werd gecommuniceerd ontmoette kritiek, en geen malse. Niet alleen bij de bevolking, ook in de Tweede Kamer. Premier Mark Rutte zag zich vorige week zelfs genoodzaakt toe te geven dat het allemaal niet best was geweest. “Het had strakker gekund,” zei hij. Een Haags eufemisme voor ‘het was knudde’.

Rutte had het vooral over de persconferentie van 23 maart, waar het kabinet een verscherping van het anti-coronabeleid  aankondigde. De manier waarop dat gebeurde schiep voornamelijk verwarring.

Om te beginnen stonden er veel te veel bewindslieden op het podium (Rutte, Hugo de Jonge, Ferd Grapperhaus, Martin van Rijn). Waarom zo’n hele meute? Helderheid is niet gebaat bij zoveel mogelijk sprekers.

Bovendien kwam tijdens deze bijeenkomst pas ongeveer halverwege ter sprake waartoe concreet was besloten. De rest van de tijd ging op aan inleidende, grotendeels overbodige mededelingen. Verder is het met zo’n groot aantal personen (ook doventolk Irma Sluis moest er nog bij) moeilijk de vereiste anderhalve meter afstand te houden.

Daar kwam nog eens bij dat Rutte c.s. twee data (6 april en 1 juni) hanteerden, wat voor een hoop onduidelijkheid zorgde. Wat mocht nu niet meer en wat wel nog en tot wanneer? Zeker als je je sterk afhankelijk maakt van de medewerking van de bevolking is het essentieel daarover geen mist te laten bestaan.

Het was overigens niet de eerste keer dat het coronabeleid onhandig aan de man werd gebracht. Ruttes befaamde vader-des-vaderlands-tv-speech van 16 maart leverde hem weliswaar veel krediet op, maar zorgde toch ook voor onbegrip. Rutte leek tijdens die toespraak te suggereren dat het kabinet aankoerste op een vergroting van de groepsimmuniteit om de besmettelijke ziekte eronder te krijgen. Met andere woorden: hij wilde het virus maar zijn gang laten gaan.

Hoewel de premier dat niet zo gezegd en zeker niet zo bedoeld had, kostte het hem veel moeite het beeld weg te nemen dat groepsimmuniteit zijn streven was. “Ons doel is niet om mensen te besmetten,” moest hij tot vervelends toe uitleggen. Immuniteit vormde alleen een het gevólg van de genomen maatregelen.

Natuurlijk, het woord voeren over een pandemie die zich nooit eerder heeft voorgedaan valt niet mee. Rutte staat niet bekend als een onhandige spreker, maar het is voor hem ook de eerste keer dat hij met het coronavirus te maken heeft. Niettemin blijft het vreemd dat een kabinet dat over talloze professionele voorlichters beschikt zoveel fouten maakte in zijn presentatie.

Gelukkig wist het die in zijn persconferentie van dinsdag grotendeels te vermijden. Om te beginnen traden er slechts twee bewindslieden voor het voetlicht: Rutte en vicepremier De Jonge. Ook begonnen ze meteen met hun belangrijkste boodschap: de eerder aangekondigde maatregelen zouden nog zeker tot 28 april van kracht blijven. Hun mededelingen waren verder allemaal vervat in heldere taal, zonder belerende vingertjes en betuttelende verwijten.

Of de betere communicatie ervoor zorgt dat Nederland ook luistert en gehoorzaamt, blijft overigens afwachten. Kennelijk vertrouwt Rutte het nog niet zo erg. Hij deed de laatste dagen bij herhaling oproepen om het komende weekend toch vooral niet massaal strand of bos te bezoeken. Het dreigt zondag namelijk mooi weer te worden. Valt daar wel tegenop de communiceren?