Na corona een nieuwe wereld?

Het schijnt een menselijke eigenschap te zijn om in een pandemie of andere grootschalige catastrofe een diepere betekenis te willen zien. In de Middeleeuwen zag men in de pest de straf van god. De mens boette voor zijn zondige levenswandel. Ze vonden er ook de passende zondebok bij: de Jood. Die moest vanaf toen vrezen voor zijn leven. Sindsdien is het antisemitisme met de pogrom als gruwelijkste verschijningsvorm een hoofdnummer op het repertoire van demagogen, fascisten en andere haatzaaiers.

De gesel gods is door de eeuwen heen een populair thema gebleken. Aids was bijvoorbeeld de straf voor homo’s. Hun ‘onnatuurlijke’, vaak ‘losbandige’ leefwijze had de toorn van het opperwezen opgewekt. Vooral in de VS weten ze er raad mee. Ook de corona-uitbraak is het werk van de Heer. Naar de dokter gaan heeft geen zin. Alleen bidden helpt. En dan maar hopen dat Hij Zijn hand over het hart strijkt.

De insteek is totaal anders maar veel millennials zien corona als een aansporing om niet alleen hun maar ook ons leven nu eindelijk eens ‘radicaal’ om te gooien. Waarom ze daar een dodelijke ziekte voor nodig hebben, kun je je afvragen, maar vooruit. Zolang het beperkt blijft tot de eigen persoonlijke levenssfeer kan het weinig kwaad.

Er zijn ook mensen, ‘en niet de minsten’, die ingrijpende, zelfs revolutionaire veranderingen in het economisch en maatschappelijk leven verwachten en voorspellen. Het neoliberalisme heeft nu eindelijk zijn failliet bewezen. De zwakheden van de globalisering zijn nu eens en voor altijd duidelijk geworden. Nu zou het winstbejag ten lange leste plaats maken voor de menselijke maat.

Hun argumenten zijn op het eerste gezicht sterker dan die van de religieuze flagellanten en de propagandisten van de nieuwe, soberder levensstijl. De tekortkomingen van het neoliberalisme waren al zichtbaar geworden bij de Grote Recessie van 10 jaar geleden. Dankzij corona staan ze nu in een nog feller licht.

Het wordt waarschijnlijk inderdaad ‘nooit meer zoals het vroeger was’, zoals premier Mark Rutte een van zijn voorgangers, Joop den Uyl na zei. Den Uyl sprak die gedenkwaardige woorden in 1973, tijdens de eerste oliecrisis. Die crisis betekende een breuk met bijna 30 jaar economische groei en welvaartstoename. Het recept waarmee de overheid de economie kon sturen en zo diepe recessies kon voorkomen, bleek niet meer te werken. In de plaats daarvan kwam het neoliberalisme dat met de globalisering de volgende 40 à 50 jaar de heersende ideologie werd.

Staan we nu op een vergelijkbaar breukvlak? Neoliberalisme en globalisering zijn in hun extreme Amerikaanse vorm definitief door de mand gevallen. De grote vraag is natuurlijk wat er voor in de plaats komt. Een opleving van het socialisme, dit keer democratisch? Een hele nieuwe Groene wereldorde waarin de economie ondergeschikt is aan het redden van de planeet? Of toch een gematigder, menselijker versie van het huidige kapitalisme? Waar het beest aan de ketting ligt?

Wie het weet, mag meteen de mantel van de profeet aantrekken. In zo’n crisis wordt veel zoals dat tegenwoordig heet, vloeibaar. Het kan alle kanten op. Toch lijkt één richting waarschijnlijker dan de andere. Dat is niet meer dan een persoonlijke inschatting, dus al helemaal geen voorspelling laat staan een profetie. Het is glad ijs maar dat ijs is ook weer niet zo dun dat je er meteen doorheen zakt.

Het kapitalisme kent een paar varianten. Aan de ene kant het laissez faire dat nog steeds een Amerikaans geloofsartikel is: ruim baan voor de ondernemer en de overheid mag hem nooit voor de voeten lopen. Dat zal vermoedelijk niet gauw veranderen en laten we hier daarom buiten beschouwing.

In West-Europa kregen we een mengvorm. De markt was belangrijk maar niet zaligmakend. Het was een markteconomie maar geen markt-samenleving. De overheid speelde altijd een belangrijke rol en de verzorgingsstaat was het karakteristieke element. De kernvraag voor de politiek luidde: hoeveel staat en hoeveel markt? Die vraag werd ook uitgedrukt in de tamelijk vage formule: zoveel markt als mogelijk en zoveel staat als noodzakelijk.

Dat geeft politici de nodige speelruimte. Ze kunnen er aan sleutelen en dokteren tot er een mix ontstaat die het beste past bij de veranderde omstandigheden. Dat gaat niet in één keer en ze kunnen het niet alleen. De procedure verschilt per land maar in enigerlei vorm staat het overleg met de sociale partners vrijwel altijd centraal.

Bij ons gaan al die voorstellen, ideeën en maatregelen de poldermolen in. Dat is een vaak een tergend traag en moeizaam proces. De liefhebbers van visie komen niet aan hun trekken. Het compromis ziet er vaak uit als het lelijkst mogelijke eendje, maar zolang het zwemt, doen we het er mee.

Dus voor wat het waard is: Er gaat absoluut het een en ander veranderen. De overheid zal op bepaalde terreinen, net name de gezondheidszorg, weer (nog) belangrijker worden en de vergroening van het beleid zal verder gaan. De ene keer zal het sneller gaan, de andere langzamer. Al naar gelang het draagvlak. En één ding zal zeker niet anders worden. De populisten zullen hoe dan ook blijven stoken.