Nederland als zondebok

De Italianen blijven woedend op Nederland. De opstelling van Wopke Hoekstra en Mark Rutte over het coronasteunpakket heeft de relatie tussen beide landen verstoord. Italië snakte naar adem in de intensive care en het Haagse medeleven beperkte zich tot de mededeling dat het er niets voor voelde om mee te betalen aan de kosten.

Als twee landen met elkaar in de clinch liggen krijgen nationale stereotypen gauw de overhand. De Nederlanders als vrekken en barbaren. (In Rome zijn ze de verwoesting van een eeuwenoude fontein door bezopen Feyenoord-proleten in 2015 nog niet vergeten). De Italianen als onverantwoorde potverteerders. Lol trappen en de buurman laten opdraaien voor de rotzooi en de rekening.

In een crisis verschijnt ook gauw een ander stereotype: de zondebok. De zondebok krijgt de schuld van de crisis. En, minstens zo belangrijk, hij leidt af van het eigen falen en de eigen tekortkomingen. Als de zondebok niet bestond had hij moeten worden uitgevonden.

Rutte en met name Hoekstra voldoen nu voor de Italianen aan het profiel. Ze zijn niet solidair en hebben onethisch gehandeld. Ik heb in een eerder stukje al iets gezegd over het ethisch niveau van de Italiaanse politiek. Samengevat: die is beneden alle peil. Met corruptie en incompetentie als sleutelwoorden.

Nu over de solidariteit. In de vier jaar die ik er heb gewoond heb ik vast kunnen stellen dat die inter-Italiaanse solidariteit matig tot zwak ontwikkeld is. De Italiaanse identiteit, een breed gedeeld gevoel van saamhorigheid, is nooit goed uit de verf gekomen. De nationale identiteit bestaat eigenlijk alleen in het voetbalstadion en andere sportarena’s, wanneer Italiaanse teams en atleten het opnemen tegen buitenlandse tegenstanders. Dan wordt er gejuicht voor en geleden met de Azzuri. Daarbuiten bestaat het eigenlijk niet.

Dat ontbreken van een stevige Italiaanse identiteit komt het sterkst tot uiting in de tegenstelling tussen Noord en Zuid. Dat is een spiegelbeeld van de tegenstellingen binnen de EU. In het Italiaanse Noorden zeggen ze over het Italiaanse Zuiden wat het Europese Noorden over Europese Zuiden zegt. Vaak nog een stuk ongenuanceerder en vileiner. Het Italiaanse Zuiden is Afrika. En maffialand.

Het is niet zonder ironie dat de partij die zich het meest opwindt over Nederland begonnen is als een afscheidingsbeweging. De populisten van Matteo Salvini heetten toen de Lega Nord. De Lega Nord wilde een eigen republiek in de hardwerkende, welvarende, industriële noordelijke regio’s. Ze hadden geen zin om de uitvreters in het zuiden permanent te onderhouden. De mezzogiorno, het gebied ten zuiden van Rome, is een economisch zwart gat. Elke zuur verdiende Noord-Italiaanse cent verdwijnt er in. En anders in de zakken van de maffia.

(De Lega heeft dat Nord inmiddels laten vallen en is nu actief in heel Italië. Salvini hoor je niet meer over uitvreters want het zijn nu ook zijn kiezers.)

Een ander punt dat mij tijdens die Italiaanse jaren is opgevallen is het wijdverbreide gebrek aan zelfreflectie en zelfkritiek. Italië is het mooiste land ter wereld, de Italiaanse keuken de beste en de Italiaanse vrouwen zijn de mooiste. En, dat moet je ze nageven, het klopt vaak nog ook.

Die houding is ook een schild dat moet beschermen tegen de vele onaangename kanten van het Italiaanse leven. Het gaat vaak samen met een ander fenomeen: la bella figura, de schone schijn. Elke Italiaan weet het, sommigen vervloeken het en vrijwel iedereen doet alsof het in het nationale dna zit: niets aan te doen.

Het leidt tot het soort fatalisme dat wanbestuur, wanbeleid en de alles aanvretende en verziekende corruptie accepteert en mogelijk maakt. In de politiek, de economie, justitie, het voetbal, noem maar op, het zit overal. Bijna iedereen doet mee. Ook weer niets aan te doen. Ja, bedekken met de sluiers van la bella figura.

Het fatalisme is zo groot dat er iets dat je burgerzin zou kunnen noemen, eigenlijk niet bestaat. Er is heel veel politiek maar een algemeen belang is er nauwelijks. Partijen zijn in de eerste plaats verdelingsmachines van gunsten en geld, verdedigers van specifieke belangen en instrumenten tot zelfverrijking. Besturen is min of meer bijzaak. Als het een keer echt de spuigaten is uitgelopen, probeert men het wel eens met hervormingen. Dat  strandt dan steevast op de ingekankerde cultuur.

Het antwoord daarop is het populisme van links en rechts. Net als bij ons legt dat wel misstanden bloot maar brengt het verder niets tot stand.

Van oudsher draait het leven om de familie. Alleen daar kun je van op aan, als het er echt op aankomt. Solidariteit buiten de voordeur is een illusie. Daar heerst de boze buitenwereld. In de familie is alles koek en ei. Echte ruzies en conflicten zijn er niet, ondanks het soms oorverdovende gekrakeel. Wie kent niet de taferelen met rijk gedekte tafels onder de olijfbomen en de wijze pater familias aan het hoofd? Het is fictie, la bella figura in optima forma.

Er is een paar psychische mechanismes om met het falen van de politiek, het wanbestuur en de zwakke burgerzin, om te gaan. De ontkenning, la bella figura, is favoriet. Dat laat onverlet dat de tweede manier, het selecteren van de zondebok, eveneens graag wordt gebruikt. Het ligt niet aan jou. De Ander, in dit geval Wopke Hoekstra en Mark Rutte, heeft schuld. Het ontslaat je van de eigen verantwoordelijkheid. En het lost nooit iets op.