Zetelrovers

“Henk Krol is een zetelrover,” riepen de drie overgebleven Tweede Kamerleden van 50PLUS gisteren in machteloze woede uit. Dat klopt. Krol verlaat de fractie en begint voor zichzelf. Hij ‘rooft’ dus zijn zetel. Helaas is hij niet de eerste die dat doet, en hij zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook niet de laatste zijn.

Zo is Femke Merel van Kooten-Arissen, met wie Krol een nieuwe fractie gaat vormen, eveneens een zetelrover. Zij werd drie jaar geleden verkozen voor de Partij voor de Dieren en scheidde zich pas een paar maanden terug af. En onafhankelijk Kamerlid Wybren van Haga is er ook één, want hij was eerst lid van de VVD.

En dan beperken we ons alleen tot deze regeerperiode. In de vorige waren er veel meer zetelrovers. Joram van Klaveren, Louis Bontes en Roland van Vliet verlieten toen de PVV.  Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk vertrokken bij de PvdA. Johan Houwers moest weg bij de VVD. Norbert Klein stapte op bij 50PLUS. En Jacques Monasch bij de PvdA. Allemaal behielden ze hun Kamerzetel. En op Van Vliet en Houwers na deden ze in 2017 allemaal pogingen met nieuwe partijen terug te keren in de volksvertegenwoordiging. Alleen Kuzu en Öztürk lukte dat met DENK. Ook zij hebben inmiddels overigens knallende ruzie met elkaar, dus wie weet wat er nog gebeurt.

Wanneer we iets verder teruggaan in de tijd komen we onder de zittende Kamerleden nog een zetelrover tegen: Geert Wilders. De PVV-leider maakte tot 2004 deel uit van de VVD alvorens zich af te splitsen. Wilders valt dan ook moeilijk anders dan als zeteldief te kwalificeren, al zullen hijzelf en zijn vele fans dat misdrijf als verjaard beschouwen.

Trouwens, om eerlijk te zijn: zetelroven is eigenlijk geen misdrijf, althans niet volgens de wet. Tweede Kamerleden worden op persoonlijke titel gekozen. Partijen bestaan formeel niet.

Dat laatste heeft met de werkelijkheid natuurlijk niks van doen. Iemand komt in de Kamer terecht doordat hij/zij op de kandidatenlijst staat van een partij. Als Henk Krol als individu aan de vorige verkiezingen had deelgenomen, zou hij hoogstwaarschijnlijk niet in de blauwe bankjes zijn beland. Hij dankte zijn verkiezing aan 50PLUS, de partij waarvan hij lijsttrekker was. In tegenstelling tot de meeste zetelrovers haalde Krol voldoende voorkeurstemmen, maar dat was in zijn positie ook niet zo moeilijk.

In theorie zal vrijwel iedereen het erover eens zijn dat het meenemen van je zetel niet deugt. Ook de Tweede Kamer als instituut vindt dat. Een paar jaar geleden richtte zij een werkgroep van parlementariërs op die maatregelen moest verzinnen om het fenomeen te bestrijden. Dit gezelschap stelde onder meer voor Kamerleden die zich afsplitsen het leven wat moeilijker te maken door hun ietsje minder rechten toe te kennen. Dat zou het verschijnsel wel ontmoedigen.

Maar het is duidelijk dat je hiermee geen einde maakt aan de zetelroverij. Het beste bewijs hiervoor: tot de werkgroep, die unaniem van mening was dat zetelroven verwerpelijk is, hoorde niemand minder dan Henk Krol himself.

Zetelroven valt alleen te stoppen als je bereid bent het staatsrecht drastisch aan te passen. Je moet dan officieel erkennen dat de Kamer uit fracties bestaat en niet uit  onafhankelijke individuen. Zoiets kan slechts via een ingrijpende grondwetswijziging. Die zie ik er voorlopig niet van komen. En vermoedelijk nooit.