Corona en de deugburger

Bij de supermarkt stalde een man zijn fiets. Tegen een boom, tegenover de rij winkelwagentjes die achter een provisorisch dranghek stonden. Opeens werd hij luidkeels aangesproken door een vrouw. Ze zat op de fiets en stapte zichtbaar geagiteerd af.

Ze had grijs in een kunstige vlecht gedraaid haar en een ruimvallend gewaad aan. Ik dacht, zeer bevooroordeeld natuurlijk, meteen aan reformhuis. En of het niet lastig fietsen was met zo’n jurk.

Haar ogen schoten vuur. De verontwaardiging spoot uit haar poriën. Wat ie wel niet dacht. A-so-ci-aal. An-der-hal-ve-me-ter, meneer! Co-ro-na! Hier kan je niet meer met je karretje door!

De man pakte een wagentje en stuurde het tussen hek en boom. Het paste, net. Hij keek de vrouw aan en zei rustig: ziet u wel? De vrouw maakte een gebaar van verontwaardigd onbegrip, stapte op haar fiets en reed briesend weg.

Dat krijg je nu, dacht ik. De corona-politie. De burger als derde arm van de staatsmacht.

Jaren geleden woonde ik in een dorp in Duitsland. Op een dag was met rode menie een kruis op een van de vuilnistonnen geschilderd. Dat was een vreemde en ook verontrustende gewaarwording. In de brievenbus vond ik een gestencild briefje waarom. Anoniem. We hadden het afval niet naar behoren gescheiden. Bij een volgend vergrijp de zou politie worden ingeschakeld.

Ik vroeg me af wie zoiets zou doen. Welke mafkees zou het in zijn hoofd halen om in andermans vuilnis te wroeten? Zoiets deden fans van film- en popsterren wel eens. Dat las je soms in de krant. Maar die kalkten geen kruis op de vuilnisbak.

We stonden op goede voet met de buren en die leken er niet de mensen naar om iemand aan te geven. Ik maakte een ommetje door de buurt om te zien of nog andere bewoners waren gebrandmerkt. We waren de enigen. Of we ook de enige zondaars waren, was daarmee natuurlijk niet bewezen. Mijn vrouw die al langer in Duitsland had gewoond muntte het begrip deug-gestapo. Het was sociale controle met een Duits tintje.

Het kwam inderdaad vaker voor. Als je de auto niet in de rijrichting had geparkeerd, vond je een briefje, uiteraard anoniem, achter de ruitenwisser. De auto moest trouwens ook vaker gewassen worden, hij ontsierde het straatbeeld. Bij het vallen der bladeren werd je geacht nog voor die bladeren op de grond lagen je stoepje te vegen. Een collega had eens een boze buurman aan de deur omdat zijn zoontjes in de tuin haddden gevoetbald en bij elk doelpunt gejuicht hadden. Te luid. En op zondag.

Dit gebeurde allemaal in de ‘betere buurten’.

In mijn naïviteit schreef ik dit destijds toe aan de ‘Duitse volksaard’. Die zou bovengemiddeld conformistisch en autoriteitshorig zijn. Bovendien, ze zeulden ook nog die loodzware bruine plunjezak mee. Dergelijke sporen laten zich niet een, twee, drie uitwissen. Dacht ik.

Dat was onzin, natuurlijk, want het is van alle tijden en van alle volkeren. Je hoeft geen gediplomeerd socioloog en sociaal-psycholoog te zijn om dat te kunnen zien. De deugpolitie waakt altijd en overal. En altijd met de beste bedoelingen en ook in jouw belang, – al wil je dat zelf soms niet inzien -, dat spreekt voor zich. Alleen, in het ene land knijpt ze soms eerder en makkelijker een oogje dicht dan in het andere. En in dat andere land moedigt de staat vaak ook aan om de buurman dag en nacht in de gaten te houden.

De coronacrisis biedt natuurlijk geweldige kansen voor dit soort koddebeiers van de deugdzaamheid. Niet zozeer in de eerste fase, de lockdown. Daar hoefden ze nauwelijks op te treden, hoezeer menigeen dat betreurd zal hebben. De medeburgers deden over het algemeen ontzettend hun best en liepen voorbeeldig in de Rutte- en Van Dissel-pas.

Maar met de versoepeling kunnen ze hun hart ophalen. We moeten nu van de minister-president onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Mogelijk verdere versoepeling hangt in de eerste plaats van ons zelf af. Hoe beter we ons gedragen, hoe meer de teugels gevierd kunnen worden.

En daar zit ‘m de kneep. Wie stelt vast of de buurman zich wel verantwoordelijk genoeg gedraagt? Onderwerpt hij zich wel gedwee genoeg aan het ander-halve-meter-regime? En als hij binnenkort dat mondkapje moet voorbinden, zal hij dat wel altijd en consequent doen? Er geen loopje meenemen, omdat het ‘toch nauwelijks’ zou helpen?

De deugagenten hebben ook nog de mazzel dat de voorschriften niet altijd even duidelijk zijn. Omdat het braakliggende terrein nog afgeperkt moet worden in wat precies wel en niet mag. Wanneer ben je een groep? En met wie mag je wel of niet in het park afspreken? Mazen in de wet zijn altijd een vrijbrief geweest. Niet alleen voor de slechterik maar ook voor de deugburger die kan laten zien hoe verschrikkelijk hij deugt nu de overheid steken laat vallen.

Deugen kan vele vormen aannemen. De bestraffende blik, vaak gepaard gaand met neerhangende mondhoeken; het vermanende woord, soms uitgesproken op bovenmeestertoon en het beroep op de redelijkheid, ook niet zelden belerend uitgesproken. Daar kun je je schouders over ophalen. Het is irritant, meer niet. Valt mee te leven. En soms is het zelfs om te lachen, als de deuger echt uit de slof schiet.

Erger wordt het wanneer deugen uitmondt in aangeven, denuncieren. Bij voorkeur anoniem een kliklijn bellen. Voor de goede orde en om toch maar, voor alle zekerheid, elk misverstand te voorkomen, dat geldt, uiteraard, spreekt vanzelf, natuurlijk niet voor het melden van misdrijven zoals huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat is inderdaad burgerplicht.

Nee, het gaat om het bellen van de politie als de buurkinderen niet op de juiste afstand op een bankje zitten. Of dreigbrieven schrijven als je vergeten bent het afval te sorteren. Of een ander met veel misbaar in het openbaar de les lezen.

Een crisis brengt niet zoals de WN-ers, de Weldenkende Nederlanders, ons willen doen geloven, vooral het beste in de mens naar boven. De denuncianten onder ons zien ook hun kans schoon.

2 reacties op ‘Corona en de deugburger

  1. Het is weer enkele jaren geleden dat iemand bij mij woonde die dat niet mocht, een illegaal.Nu hadden we een vrouw bij ons in de flat ie altijd haar hondje uitliet om op te letten of iedereen wel deugde. Zij hield mij aan en vroeg, uiteraard uit bezorgdheid hebt u een illegaal in uw huis? Ik zei: hoezo, ja, die bruine man en hij is een heel stuk jonger dan u. O, zei ik: dat is mijn man, kom van de week een kopje koffie halen dan kun je met hem kennismaken en kunnen wij onze trouwfoto’s laten zien. Bent u homo, vroeg ze helemaal van slag. Mevrouw, zei ik: wilt u mij aub niet aangeven bij de politie, ik heb in de stad ook nog een vrouw met drie kinderen.

    Like

  2. Kennelijk maken dit soort maatregelen iets in mensen wakker dat 75 jaar geleden alleen werd toegeschreven aan NSB-ers; wie niet aan de regels van de “overheid” voldoet zal door hen aangegeven worden bij die “overheid”.
    Er is 75 jaar na de oorlog nog niets veranderd met de oorlogsjaren.

    Like

Reacties zijn gesloten.