Den Uyl: een gedreven drammer

(Achterkamertjes brengt deze zomer enkele recensies van politieke biografieën. Dit is de eerste)

De beste politicus die Nederland ooit heeft gekend was Joop den Uyl zeker niet, maar wel een van de meest spraakmakende. Niet zo vreemd dan ook dat in net iets meer dan tien jaar tijd twee lijvige biografieën over hem verschenen. Over de vroegere PvdA-leider valt heel wat te schrijven.

De eerste biografie, van Anet Bleich, dateert uit 2008 en heeft als titel ‘Joop den Uyl, 1919-1987, dromer en doordouwer’. Die laatste term doet wellicht een kritische benadering veronderstellen, maar het boek van Bleich lijkt bij vlagen vooral op een hagiografie. Ze geeft wel toe dat Den Uyl lang niet in alles is geslaagd wat hij zich ten doel had gesteld, maar hanteert daarbij een royale mantel der liefde.

Bleich typeert Den Uyl als een politicus die sinds zijn jeugd opstandigheid en liefde voor de arbeidersklasse hoog in het vaandel voerde. Maar uit het boek van Dik Verkuil  (‘De gedrevene’, 2019) komt hij naar voren als iemand die vooral zijn eigen carrière op het oog had. In anderen dan zichzelf was hij minder geïnteresseerd.

Uiteraard komt Bleich noch Verkuil heen om een heleboel biografische gegevens. Dat Den Uyl werd geboren in een streng gereformeerd middenstandsgezin in Hilversum. Dat hij tijdens zijn studie economie in Amsterdam het geloof kwijtraakte. Dat hij na de oorlog in de journalistiek belandde, eerst bij Het Parool, daarna bij Vrij Nederland. Dat hij directeur werd van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Dat hij die functie combineerde met die van raadslid en later ook Tweede Kamerlid (dat kon toen allemaal). Dat hij wethouder werd in Amsterdam en vervolgens minister van Economische Zaken. Dat hij eind jaren zestig als partijleider van de PvdA grote moeite had met de vernieuwingsbeweging Nieuw Links, maar met veel geven en iets minder nemen toch aan de macht wist te blijven.

De jaren zeventig vormden Den Uyls glorietijd. In 1973 trad het door hem aangevoerde kabinet aan. Het geldt als het meest linkse dat Nederland ooit heeft gekend. Maar zijn ambities waargemaakt heeft het nauwelijks. Het kabinet-Den Uyl vocht vooral interne conflicten uit, tijdens ministerraden die soms tot het ochtendgloren duurden. Den Uyl bleek daarbij eerder een drammer dan een dromer, iemand die altijd zijn gelijk wilde halen en zijn zin doordrijven, zo beschrijft Verkuil.

Eerder dan door zijn daden zal het kabinet in de herinnering blijven doorleven vanwege zijn kleurrijke bewindslieden. PvdA’er Henk Vredeling bijvoorbeeld, een berucht drankorgel met een zeer scherpe tong. Of de eigenzinnige D66’er Hans Gruijters, die tijdens het kabinetsberaad liever een goed boek las dan naar de ellenlange betogen van de premier te luisteren. Maar de meest opvallende persoonlijkheid – naast Den Uyl zelf dan – was toch Dries van Agt, de katholieke minister van Justitie en vicepremier. Met zijn zedenprekerij, zijn Ollie B. Bommelachtige taalgebruik en zijn gewoonte onverwacht niet te komen opdagen, dreef hij Den Uyl vaak tot wanhoop.

Het kabinet diende op enkele maanden na zijn termijn uit. Pas in het zicht van de meet liet Van Agt – die de eerste CDA-lijst zou aanvoeren – het vallen. Meer uit rancune over de vijandige behandeling die hem ten deel was gevallen door de PvdA-fractie dan wegens ideologische redenen.

De daaropvolgende verkiezingen werden een triomf voor Den Uyl. De PvdA won 10 zetels en steeg naar het voor onze tijd ongelofelijke aantal van 53. Dat de kleine linkse partijen PPR, PSP en CPN (het latere GroenLinks) er 10 verloren lieten de sociaaldemocraten blijkbaar onvoldoende tot zich doordringen. Dat CDA en VVD samen óók over een meerderheid beschikten realiseerden zij zich al helemaal niet.

In de kabinetsformatie gedroeg de PvdA zich als een partij die de buit al op zak had, zo komt uit het boek van Verkuil helder naar voren. Ze had slechts 4 Kamerzetels meer dan het CDA maar wekte de indruk dat die partij blij mocht zijn dat ze meedeed. Haar leider, Van Agt, werd niet waardig gekeurd minister van Justitie te blijven. Hij moest naar Binnenlandse Zaken of anders maar oprotten. En toen er eindelijk een akkoord lag, werd dat door de PvdA-partijraad ook nog eens als onvoldoende bestempeld. Den Uyl tandenknarste weliswaar, maar deed niets.

Het tweede kabinet-Den Uyl kwam er dus nooit. Toch bleef ‘ome Joop’, zoals Van Agt hem ietwat vilein placht aan te duiden, gewoon zitten. Begin jaren tachtig was hij nog even ‘superminister’ onder premierschap van zijn aartsvijand Van Agt. En zelfs nadat dit kabinet hopeloos was mislukt, weigerde Den Uyl op te stappen. Ook niet toen zijn directe omgeving – de PvdA-top dus – daar steeds meer op begon aan te dringen.

Mooi beschrijft Verkuil de kroonprinsenstrijd die bij de sociaaldemocraten losbarstte. Den Uyl kon niet kiezen en liet mogelijke opvolgers als Marcel van Dam, Wim Meijer, André van der Louw en Jos van Kemenade stuk voor stuk mislukken. Uiteindelijk, maar dat had vele voeten in de aarde, hees hij FNV-voorzitter Wim Kok op het schild, maar toen waren we een paar jaar verder.

Verongelijkt mokkend bracht Den Uyl zijn laatste actieve jaren door op de oppositiebankjes. In 1987 overleed hij. Het duurde daarna nog geruime tijd voor de nieuwe PvdA-leider Kok de koers van zijn partij wist te veranderen en de ‘ideologische veren’ kon afschudden. Wat de partij trouwens niet echt geholpen heeft, want zonder ideologische veren blijkt zij niet veel meer dan een kale kip.

In de inleiding van zijn biografie meldt Verkuil dat hij voor publicatie ervan vaak de vraag kreeg wat hij nog toe te voegen had aan het boek van Bleich. Misschien niet heel veel feitelijke informatie, maar wat hij schrijft is in elk geval aanzienlijk minder braaf en dociel.

De gedrevene. Joop den Uyl 1919-1987.

6 reacties op ‘Den Uyl: een gedreven drammer

  1. Tja den Uyl met zijn grote gezin gingen kamperen in het voormalig Joegoslavië , maar lieten zich door het regeringsvliegtuig terughalen.
    Toch was hij een gedreven politicus, ik had hem liever dan van Agt, die door mijn vader een echte roomse paap werd genoemd.
    Moest de eigenzinnige Juliana in toom houden omdat haar man vreemdganger Bernhard steekpenningen had aangenomen en zij met aftreden dreigde.
    Had zij het toen maar gedaan, dan zouden we van die geldverslindende poppenkast af zijn geweest.
    Maar den Uyl was een raspoliticus. Die moet je nu echt zoeken als naar een speld in een hooiberg.

    Like

  2. Als politicus heb je altijd ”vrienden en vijanden” en in feite doe je het nooit goed. En hetgeen 2.000 jaar geleden gebeurde gebeurt nog steeds: zo staat het volk te roepen hosanna in den hoge en hoeveel tijd later roepen ze: kruisig hem. Er is echt niet zoveel verandert.

    Like

  3. Den Uijl,
    Door zijn eigen lenvenswijze en levenshouding en vanwege de beinvloeding van zijn vrijgeestig denkende sterke echtgenote en de mede daardoor zich mondig werende opgroeiende kinderen had deze man ook alle praktische kennis en ervaring van de menselijke en sociaal maatschappelijke problemen, die er in ’n gezin voorkomen.
    Beschikten, heden ten dagen, onze politici maar een over wat meer van deze ervaringen.
    Het lijkt er nu soms op dat de onwetendheid en de maatschappelijke afstand tussen burger en politici alleen maar groter word.
    Joop den Uijl, was ’n echt mens en hij gedroeg zich ook, tussen alle mensen, als ’n echt mens.
    Tegenwoordig zijn er juist veel
    Tijl Uilenspiegels in de politiek, veel poppenkast en poppenkast-spelers met gebrek aan, of blind voor, sociaal maatschappelijke ervaringen en inzichten. Het gaat bij velen, niet meer om de inhoud maar enkel om het vertoon en het eigenbelang.

    Like

  4. Wat ik me vooral herinner van Joop den Uyl is de uitspraak van Hans Wiegel: “Sinterklaas bestaat wel, daar zit hij”; wijzend op Joop den Uyl.
    Net als alle huidige socialisten had Den Uyl er een handje van om geld van anderen uit te delen.

    Like

  5. Ja, niets leuker, goedkoper, lager en gemakkelijker dan om je tegenstrever: belachelijk te maken.

    Je kunt natuurlijk terug blijven kijken en steeds weer dezelfde oude domme versleten dogma’s blijven bovenhalen.
    Of bijv. Ook leuk?
    nieuwe introdiceren!

    Liever ’n Sinterklaas van de PvdA,
    dan ’n Tasjessnijder van de VVD.

    Na den Uyl, hadden de burgers, immers nog wat in ‘hun tasje’.
    Na Rutte, kunnen de burgers hun tasje omkeren, maar dan zal er echt niets meer uitrollen!
    Vraagt u maar aan de: boeren, zzp’ers en gepensioneerden.

    Kunnen we voortaan bijv. zeggen, ‘Dat Rutte er ’n handje van had:
    Burgers uit te persen
    om aandeelhouders en multinationals te kunnen verrijken.

    Of zullen we (ook wel ’n leuke)
    ‘U liegt en U bent niet eerlijk’ overnemen,
    is ook wel lekker vilijn en toepasselijk he?
    Rutte heeft immers al zoveel beloofd, dat hij het zelf al niet meer kan onthouden.
    ‘Sinterklaas verkeerd’ dus.
    Ja dat is wel lekker goedkoop

    Oh? dit is niet leuk?

    Like

Reacties zijn gesloten.